Werkplaats Sociaal Domein Zuid-Holland Zuid

   

17-11-2014: Empowerment, what's in a name?

Recentelijk verscheen op de website van de Husserl Stichting de kritische opiniebijdrage van onderzoeker Rob Arnoldus onder de noemer Opnieuw op weg naar de participatiesamenleving?  Rob Arnoldus doet voor de Wmo-werkplaats Rotterdam onderzoek op het thema Verplicht Vrijwillig en heeft in het kader daarvan enkele presentaties gegeven over Empowerment.

Empowerment What's in a name?
De roep om participatie kwam voorheen voort uit emancipatiestrijd. Heden lijkt er sprake van een moreel economisch getint participatievertoog. In de (Rotterdamse) beroepspraktijk wordt in de context van het participatiestreven veelvuldig gesproken over empowerment.

Zo verzorgt de organisatie Donadaria het programma Home Start met aandacht voor ‘Empowerment in gezinnen’ waarin eigen kracht aangeboord wordt. De GGD maakt melding van een leefstijlprogramma onder de noemer van Klacht en Kracht waarin empowerment aan de orde is. De sociologen Corra & Bosselaar (2013) constateerden onlangs dat de tegenprestatie veel meer op empowerment is gericht dan op repressie. Dit roept de vraag op welke actuele betekenissen recentelijk in de context van zorg en welzijn aan dit begrip worden toegekend. Empowerment is immers van oorsprong een kritisch begrip waarin de relatie tussen individu en maatschappij – het machtsvraagstuk! – centraal staat. Empowerment veronderstelt een dialoog en staat haaks op betutteling en top-down processen.

Empowerment wordt tegenwoordig gepresenteerd als een ‘multi-level construct’. Regenmortel (2008) onderscheidt bijvoorbeeld drie onderling verbonden lagen op het micro, meso en macro-niveau met drie vormen van kapitaal en spreekt van een basishouding gekarakteriseerd door een krachtenperspectief en presentie met respect voor autonomie en partnership. Empowerment wordt ook beschreven in termen van domeinen, rechten, taken, opgaven, competententies en fasen in een leerproces zo constateert Boumans, (2012) in een zoektocht naar het hart van empowerment. Er is sprake van begripsinflatie c.q. uitholling van de inhoud. Het is niet langer vanzelfsprekend dat empowerment een bottum-up bijdrage levert aan minder uitsluiting, of aan emancipatie of acceptatie van het anders zijn. Het proces van empowerment komt in beleidsnotitites regelmatig in beeld als object – c.q. als een (meetbaar?) af te leveren produkt. Het begrip wordt geïndividualiseerd en gepsychologischeerd. We lijken ook in staat de ander te empoweren - ook in het geval de ander dit niet zelf beseft of de doelen niet onderschrijft. Niet langer wordt in de context van empowerment gesproken over onderdrukte of achtergestelde burgers. We spreken over kwetsbare burgers. Illustratief is wellicht de historie van de ‘in te zetten’ Eigen Kracht Conferenties - die voortkomen uit bottum-up initiatieven van onderdrukte en/of uitgesloten Maori’s (het subject).

What’s in a name? Inzoomen op de interventies onder de noemer van empowerment levert nieuwe inzichten op. Hoe werkt de activering en het bevorderen van empowerment in de praktijk. Van Hall (2013) belicht in een dissertatie de praktijk van activering en arbeidsreintegratie. Empowerment wordt in re-integratiepraktijk regelmatig  opgevat als een dichotoom verschijnsel. Denk hierbij aan de begrippenparen passief/ actief; autonoom/afhankelijk of succesvol/ afhankelijk. De te empoweren (arbeidsongeschikte) client wordt (als object) gereduceerd tot zijn (vermeende) karaktereigenschappen. Van Hall signaleert een tendens tot psychologisering van empowerment. De (vermeende) karaktereigenschappen worden beschouwd als de belangrijkste belemmering voor herstel en/of het vinden van werk. Empowerment resulteert dan regelmatig -  paradoxaal gesproken - in exclusie. Empowerment wordt opgevat als een plicht om het leven op orde te krijgen en foute cognities bij te stellen. Een falende interventie wordt in die context bezien als een motivatievraagstuk voor de cliënt. Een kwestie van zelfsturing – in plaats van zelfbepaling? De bevindingen van Van Hall nopen ook tot een kritische reflectie op  de methodiek Sturen op zelfsturing die in Rotterdam wordt gebruikt om kansrijke werklozen te bemiddelen.  

Het gebruik van aansprekende begrippen zoals empowerment kan een relevante - symbolische - functie vervullen. Empowerment is een aansprekend verbindend kader voor het sociaal werk . Beleid moet ook worden ‘verkocht’. Desalniettemin is er veel voor te zeggen om in het publieke debat en in de beroepspraktijk zorgvuldig en betekenisvol te communiceren. Zo maakt Omlo (2014) in het essay “Een kansrijke aanpak als denk-en handelingskader” expliciet onderscheid tussen het empowermentparadigma en ‘het eigen kracht discours’. Bij de probleemanalyse vanuit het empowermentparadigma wordt uitgedragen dat sociale problemen in interactie met de sociale omgeving en de wijdere samenleving ontstaan. Bij de oplossingsrichting wordt gesproken in termen van een gedeelde verantwoordelijkheid.

Het taalgebruik van beleidsmakers en ook onderzoekers is niet onschuldig. Omlo (2014) hekelt  de vereenzelviging van empowerment met termen als ‘eigen kracht’, ‘onafhankelijkheid’ en ‘zelfredzaamheid’ – in de context van een zelfredzaamheidsideologie die  weinig ruimte laten voor een kritische tegengeluid.  Kwetsbare burgers nemen de termen over met vraagverlegenheid en vraagweerstand als consequentie en/of verergering van de problematiek. “Het is en blijft belangrijk om tot op zekere hoogte te vertrouwen in de competenties van burgers” constateert Omlo die  benadrukt dat er een juiste balans gezocht moet worden tussen overmatig paternalisme (betutteling en verzorging) en een afzijdige laissez faire houding.

Dit impliceert ook of bovenal, als we de boodschap van wijlen Tony Judt serieus nemen, minder (economisch) jargon of in andere woorden: minder ‘plastic taal’. We moeten op zoek gaan naar “de juiste woorden”, zo bracht ik eerder (KOS Nieuwsbrief 9 (1), 2011) naar voren. Empowerment is geen object - en kan niet vooraf worden afgedwongen of voorspeld met bepaalde interventies - en draagt niet bij voorbaat bij aan kostenbesparing of minder zorgafhankelijkheid. Wat voor de een empowerend werkt doet dit voor de ander niet (vgl. Bouman, 2013). Een soortgelijke boodschap lijkt ook relevant als het gaat om het proces van talentontwikkeling.

Rob Arnoldus, 25 maart 2014

 

 

Bronnen (een selectie):
-
Arnoldus, R. (2011).Het land is moe? Op zoek naar de juiste woorden KOS, Nieuwsbrief 9, (1)
- Arnoldus, R.(2013). Opnieuw op weg naar de participatiesamenleving? Husserl Stichting.
- Boumans, (2012). Naar het hart van empowerment. MOVISIE.
- Corra & Bosselaar (2013). De maatschappelijk nuttig tegenprestatie schipperen tussen sociale integratie en repressie. Vrije Universiteit. Amsterdam.
- Bramsen, I. Verslag van het Symposium Terugtredende Overheden, zelfredzame burgers en inclusieve arbeidsmarkten? Idealen en praktijken van activering in Europese welvaartstaten d.d. 27 november 2013 te Maastricht.
- Van Hall, L. (2013) Working on activation. Analyses of stories about vocational rehabilitation of people with disabilities in the Netherlands. Dissertatie, Maastricht.
- Omlo,J. (2014) Een kansrijke aanpak. Empowerment als denk- en handelingskader

In samenwerking met:
Contactgegevens

Museumpark 40
3015 CX Rotterdam
Kamer MP.L03.105

T: 010 794 5676
E: info@werkplaatssociaaldomeinzhz.nl

Volg de werkplaats

Voor het meest actuele nieuws via Twitter
of meld je aan voor onze nieuwsbrief

 

In samenwerking met:
Volg de werkplaats

Voor het meest actuele nieuws via Twitter
of meld je aan voor onze nieuwsbrief

 

Contactgegevens

Museumpark 40
3015 CX Rotterdam
Kamer MP.L03.105

T: 010 794 5676
E: info@werkplaatssociaaldomeinzhz.nl

Werkplaats Sociaal Domein Zuid-Holland Zuid

Over Werkplaats Sociaal Domein Zuid-Holland Zuid
Routebeschrijving
Contact